PTSS op een laag pitje

Schermafbeelding 2013-10-08 om 12.31.27

Vier weken geleden ging PTSS de lucht in met het doel om mensen te laten zien wat een posttraumatisch stressstoornis is, hoe je het kan krijgen en om te laten zien hoe je er weer vanaf komt. Dit is de laatste post (onder voorbehoud) dus een kleine resumé is dan ook wel op zijn plaats. 

Als je een been breekt is het heel erg simpel. Je hebt vreselijke pijn, je gaat naar het ziekenhuis en (als het meezit) ben je na een paar weken in het gips weer zo fris als een hoentje. Maar een been is een been en die zit bij iedereen hetzelfde in elkaar. Dat is met een psychische aandoening anders. Iedereen heeft zijn eigen hersenen en hoewel die er anatomisch gezien allemaal hetzelfde uitzien zijn ze van binnen bij iedereen anders. Je hebt ergens last van, maar je weet niet wat. Je weet niet waar het vandaan komt en het is lastig om aan mensen uit te leggen waar je last van hebt. Daarom ben ik PTSS begonnen. Een psychische aandoening die, naar mijn mening te weinig wordt uitgelicht.

Therapeute Patrice klust eigenlijk al veertig jaar aan zichzelf

Het begon vier weken geleden. Een kleine samenvatting van de geschiedenis van PTSS. Toen ging ik op zoek naar mensen die de stoornis een gezicht konden geven. Ik stuitte op psychotherapeute Patrice Nieuwenhuijs. Zij zou mij wat meer gaan vertellen over het onderwerp. Dat was ook zeker gelukt. Ik had van tevoren alleen niet verwacht dat ik na een interview van een uur met een diepe zucht van verbijstering naar huis zou fietsen. Patrice had niet alleen maar deskundigheid. Ze had ook een enorme lading ervaring. Sterker nog; dankzij haar ervaring is zij de therapeute geworden die ze nu is.

Een week later onderging ik bij Patrice een behandeling EMDR. Met een camera op mijn hoofd transformeerde ik in politieman John en werd mijn trauma behandeld.

Een afgeschermd gezicht

Op zoek naar slachtoffers van PTSS kreeg ik een bericht van Suzanne. Zij had iets vreselijks meegemaakt en wilde haar verhaal graag kwijt. Ik ging op pad naar Haarlem en kwam terug met een gigantische brok in mijn keel. Suzanne was het slachtoffer geworden van aanranding en werd vervolgens door niemand geloofd. Dit leidde tot zware depressie, PTSS en zelfs zelfmoordgedachten.

Om meer verhalen zoals die van Suzanne en Patrice te kunnen vertellen ging ik verder zoeken. Ik belde naar verschillende instanties zoals de Nederlandse Spoorwegen, waar onder conducteurs en machinisten veel PTSS voorkomt, de politie en naar het Ministerie van Defensie. Bij allen kreeg ik nul op rekest. De reden was vaak onduidelijk of ik stuitte op het probleem dat ik maar een student was en dat er alleen maar tijd kon worden vrijgemaakt voor gerenommeerde media. Ook plaatste ik oproepen op PTSS-fora. Ook hier kreeg ik geen gehoor of werden mijn oproepen zelfs verwijderd vanwege vermeende reclame-uitingen. Zonde, want mijn missie was om PTSS een gezicht te geven en niet om meer lezers naar mijn blog te trekken. Door deze teleurstellingen besloot ik, mede door de vele vragen, om mijn eigen verhaal door gastblogger Dave te laten opschrijven.

PTSS gaat voor nu even op een laag pitje, maar heb jij dringend behoefte om je verhaal alsnog te vertellen, schroom niet neem contact met me op.

Advertisements

”Er zitten gewoon gaten in mijn geheugen, terwijl ik compleet nuchter was”

Sinds het begin van deze blog heb ik veel vragen gekregen over mijn persoonlijke ervaring met PTSS. In de about heb ik geschreven dat deze blog niet over mij gaat maar dat ik op deze blog ruimte maak voor de verhalen, ervaringen en deskundigheid van anderen. Ik ga overstag. Dave de Geus, afgestudeerd aan de Hoge School Utrecht Journalistiek en nu hard bezig met zijn master Nieuwe Media aan de UvA, is de aangewezen persoon om mijn verhaal aan jullie te vertellen.

Schermafbeelding 2013-05-11 om 14.52.53

In deze blogpost draaien we de rollen even om: de schrijver van het PTSS- blog neemt plaats aan de andere zijde van de tafel en hoeft zich niet te bekommeren om het stellen van vragen. David Hoogendam benadrukt op zijn blog dat het niet om hem, maar om anderen gaat. Andere mensen die lijden als gevolg van PTSS. Echter, kan ik mij als gastblogger heel goed voorstellen dat de trouwe volger van deze blog benieuwd is naar het eigen PTSS-verhaal van de 23-jarige student Journalistiek en zijn drijfveren om de blog draaiende te houden.

“De intercity van Utrecht naar Amsterdam rijdt vandaag niet in verband met een aanrijding met een persoon.” De doorgewinterde treinreiziger heeft deze mededeling vast weleens gehoord tijdens het lange wachten op het perron. Een zelfmoord op het spoor kan leiden tot een traumatische stoornis voor conducteur, maar ook voor de reiziger. Het overkwam David, toen eind 2011 een meisje voor de trein sprong waarin hij op dat moment net een plekje in de voorste coupe had gevonden. Enige tijd na het voorval kreeg hij last van onverklaarbare pijntjes, hyperventilatie en paniekaanvallen. Maar dat linkte hij in eerste instantie niet aan de zelfdoding van het meisje.

De pijntjes en hyperventilatie deden hem besluiten een bezoekje te brengen aan de huisarts. Deze stelde vast dat hij hyperventileerde. “Zoiets komt natuurlijk niet ‘out of the blue’, dus we moesten op zoek naar een verklaring. Maar eerst ging ik in therapie om mijn ademhaling onder controle te krijgen. Dat lukte vrij snel, maar de hyperventilatie-aanvallen bleven komen. Daarom moest ik toch naar een psycholoog.”

De zoektocht naar een verklaring voor de hyperventilatie duurde vervolgens langer dan verwacht. Uiteindelijk kwam David onder behandeling te staan bij een psychotherapeute. Deze stelde PTSS bij hem vast. Zij vroeg hem een lijstje te maken van gebeurtenissen die de oorzaak van zijn PTSS konden zijn, in de vorm van een tijdlijn. “Het meisje dat voor de trein sprong was natuurlijk een heftig gebeuren, maar ik heb zelf nooit de link gelegd tussen dat en mijn hyperventilatie. Op mijn lijstje zette ik zeer gedetailleerd uiteen wat het kon zijn. Daar beschreef ik bijvoorbeeld ook op dat ik ooit bijna van een heuvel ben gevallen in Italië en dat mijn ouders zijn gescheiden, maar de psychotherapeute pikte het treinvoorval eruit.”

Het vliegt wel weer over

Voordat de diagnose PTSS werd vastgesteld, sprak David niet uitgebreid met zijn omgeving over de hyperventilatie en paniekaanvallen. Hij was nooit een kleinzerig persoon geweest en dacht dat het wel over zou vliegen. Op een gegeven moment werd een paniekaanval zo heftig dat hij zichzelf tijdens een aanval even kwijt raakte. “Ik kreeg een aanval en ging naar buiten om even te lopen. Ik weet alleen niet meer waar ik heb gelopen. Er zitten gewoon gaten in mijn geheugen van die middag, terwijl ik verder compleet nuchter was. Dat voelt heel vreemd.” Over de aanvallen sprak hij onder meer met zijn vriendin en vervolgens vertelde hij ook zijn huisgenoten en vrienden dat hij daarvoor in therapie moest. Toen de diagnose werd gesteld was iedereen in zijn directe omgeving wel op de hoogte.

Om de traumatische gebeurtenis te verwerken volgde David bij de psychotherapeute een EMDR-behandeling, waarbij door middel van een soort hypnose het visuele plaatje van het heftige moment uit het geheugen gewist worden. Tijdens deze behandeling is de PTSS’er wel bij bewustzijn. “Ik kan nog goed navertellen wat er gebeurde, maar het beeld is uit mijn hoofd”, legt hij uit. Daardoor koppel ik bijvoorbeeld de toeter van een trein niet meer aan dat moment.”

Hij besloot van start te gaan met deze blog om mensen duidelijk te maken wat PTSS precies inhoudt. “Het syndroom is bij velen vrij onbekend; vaak denkt men bijvoorbeeld dat alleen soldaten die terugkomen uit oorlogsgebied het kunnen krijgen. Ik wil de wereld laten lezen dat iedereen PTSS kan krijgen en dat het ook door kleinere, persoonlijke ervaringen kan ontstaan.”

”Als ik het zou hebben gedaan, zou het een overdosis zijn geweest.”

foto 1

Suzanne is achttien jaar oud en heeft een enorm litteken. Niet aan de buitenkant, maar van binnen. Ze zit momenteel in 6 VWO in Haarlem. Ze heeft plannen voor de toekomst, maar het had niet veel gescheeld of die toekomst was er niet geweest. Suzanne heeft mij gevraagd of ze anoniem haar verhaal mag doen. Dit is dus niet haar echte naam. We gingen op pad in Haarlem.

‘’Ik weet nog niet welke studie ik wil gaan doen. Ik wil in ieder geval naar de TU Eindhoven.’’ Op het eerste gezicht zie je niks aan Suzanne. Een doodgewone jonge meid die, net als alle andere meisjes van haar leeftijd, gewoon in het weekend gaat stappen met vriendinnen, een bijbaantje heeft in een bouwmarkt en sporadisch wat aandacht schenkt aan haar huiswerk.

Wat je niet ziet aan haar, is dat zij haar eigen zelfmoord, tot aan de manier waarop, had uitgedacht. ‘’Ik wilde van mijn pijn af. Ik voelde me zo ontzettend depressief. Als ik het zou hebben gedaan zou het een overdosis medicijnen zijn geweest. Gelukkig besefte ik me elke keer dat ik te veel mensen pijn zou doen.’’

Suzanne en ik hebben afgesproken in Haarlem. Het is half vijf. Het plan is om ergens te gaan zitten voor het interview. Dan kan ik mijn notitieblok erbij pakken en het gesprek opnemen zodat ik later niks over het hoofd zal zien. Op zoek naar een plek om te zitten lopen we door het centrum van Haarlem. Alsof we elkaar al jaren kennen begint Suzanne te vertellen over haar ervaringen. Het zit erg hoog merk ik. We raken in gesprek. Een uur later kijk ik op de stationsklok. Zonder ook maar enig besef van de omgeving en de tijd hebben we het hele interview wandelend gedaan. Geen notities en geen opnames, maar dit verhaal vergeet je niet zo snel.

‘’Ik ben aangerand. Eerst draaide ik er altijd omheen. Ik wilde het aan niemand vertellen. Nu durf ik het te zeggen. Ja, ik ben aangerand.’’

Suzanne is met haar school in Rome. Op een ochtend gaan ze op excursie. Alle leerlingen moeten zich verzamelen in de lobby van het hotel. Ze is iets vergeten dus ze gaat nog even snel terug naar haar kamer. Ze loopt haar kamer in. Op dat moment gaat haar buurman, een wat oudere man, achter haar aan. Hij doet de deur achter zich dicht, pakt haar vast en begint haar aan te raken. ‘’Op dat moment was ik verstijfd van angst. Ik durfde niks te doen, geen idee waartoe hij in staat was. Het had vijf minuten kunnen zijn maar ook twee uur. Dat weet ik niet. Op een gegeven moment heb ik hem van me afgeduwd en gezegd dat ik het niet wilde. Ik ben de kamer uit gerend.’’

Terug in de lobby vertelt ze wat er is gebeurd. Ze wordt niet geloofd. Later op de dag is er zelfs een jongen die haar ‘voor de grap’ van achteren bespringt. Ze raakt volledig in paniek.

‘’Toen ik thuis kwam vertelde ik het aan mijn ouders. Zij geloofden me ook niet. Mijn vader lachte er zelfs om. Het werd vanaf toen alleen maar erger. Als ik een avond uitging durfde ik ’s nachts niet meer de deur open te doen. Ik was bang dat er iemand achter de deur zou staan die mij wat aan zou willen doen.’’

Tijd voor actie, maar hoe?

Suzanne kreeg last van hevige hyperventilatie, hoofdpijn, misselijkheid en slapeloosheid. Maar het ergste van alles was de angst om naar buiten te gaan. ‘’Ik durfde niet meer in mijn eentje op straat te lopen of te fietsen. Ik wilde altijd dat er iemand bij me was. Dan deed ik giechelig tegen mijn vriendinnen dat ze met me mee moesten fietsen, maar het was verre van giechelig bedoeld.’’

Ze was erg depressief en kreeg zware zelfmoordneigingen. Na twee maanden vond ze dat het tijd werd voor actie. ‘’Dat was erg lastig. Want hoe ga je over tot actie? Ik was pas zeventien. Mijn ouders hadden er voor mijn gevoel geen begrip voor. Dus ik ben naar de huisarts gegaan om het te vertellen. Die heeft me meteen doorverwezen naar de psychiatrische afdeling in het ziekenhuis zodat ik antidepressiva kon krijgen. Ook verwees hij me door naar een psycholoog.’’

Voor de psycholoog was het snel duidelijk; Suzanne heeft PTSS. Omdat haar omgeving er niks mee deed heeft ze het weggestopt. ‘’Ik dacht op een gegeven moment zelfs bij mezelf dat ik me niet zo moest aanstellen. Dat heeft het alleen maar erger gemaakt.’’

Ze werd doorverwezen naar jeugdriagg. Een afdeling in het ziekenhuis die gespecialiseerd is psychische aandoeningen bij jongeren tot 23 jaar. Daar kwam Suzanne drie keer per week. Ze onderging cognitieve gedragstherapie, EMDR en ze kreeg medicijnen. De zelfmoordgedachten namen af en ze werd meer open over haar ziekte. ‘’Ik durf nu aan mensen te vertellen wat er met me aan de hand is. Ik kan uitleggen waarom ik zo vaak naar het ziekenhuis moet. Daarvoor draaide ik eromheen, maar nu durf ik het te zeggen. Ik ben aangerand.’’

‘’Mijn streven is een acht. Dan ben ik tevreden.’’

Voordat ik met Suzanne had afgesproken was ze nog in het ziekenhuis. ‘’We hebben net afgesproken dat ik nog maar eens in de twee weken hoef te komen. Het gaat veel beter.’’

Op de vraag hoe goed ze zich nu voelt op een schaal van nul tot tien antwoordt ze: ‘’Ik ben nu een zes of een zeven. Mijn streven is een acht. Dan ben ik tevreden. De PTSS zal nooit helemaal weggaan maar het zal me in ieder geval niet meer tegenhouden. Ik ben nog jong en ik heb gelukkig nog een heel leven voor me.’’

”Ik klus eigenlijk al veertig jaar aan mezelf”

Schermafbeelding 2013-10-13 om 22.54.04 

Een bijzonder verhaal. Patrice Nieuwenhuijs, 64 jaar oud, psychotherapeute in Amsterdam. Behandeld patiënten met PTSS. Maar Patrice zit in dit verhaal tegenover de therapeute. Boordevol ervaring en expertise. Patrice vertelt over haar eigen ervaring met trauma’s.

In mijn zoektocht naar deskundigheid over PTSS stuitte ik op Patrice. Zij is immers psychotherapeute. Die deskundigheid was er uiteraard, maar wat ik alleen niet wist, is dat Patrice boordevol kleine en grote trauma’s zit en heeft gezeten.

”Vanuit mijn jeugd zijn er veel kleine trauma’s blijven hangen. Bijvoorbeeld onzekerheid. Ik heb altijd het idee gehad dat ik, als kind al, veel volwassen dingen snel doorhad. Ik kon deze alleen niet valideren om dat ik daar veel te jong voor was. Dit maakte me erg onzeker. Een voorbeeld is dat ik uit een gezin met acht kinderen kom en toen ik twaalf was ging ik naar mijn moeder en zei: Mam ik wil nu de echte aandacht. Mijn moeder zei dat iedereen evenveel aandacht kreeg en dat ze van iedereen evenveel hield. Ik had door dat dat niet zo was maar ik kon er niks mee.”

‘‘Ik kan mezelf gelukkig therapeut noemen’’

Het bleef niet bij die onzekerheid. Ze had de ambitie om psycholoog te worden. Toen ze achttien was overleed haar vader en veranderde haar leven drastisch. ”Hij overleed en er waren gewoon geen mogelijkheden meer. Toen wilde ik naar de Sociale Academie, alleen dat was een no go, want dan zou ik in het verkeerde milieu terechtkomen.”

Patrice was pas 24 jaar oud toen haar eerste kind, een zoon, overleed en er volgde ook nog een echtscheiding. Ze wilde, om er nog iets van te maken, pedagogiek studeren en dat deed ze ook. Door haar persoonlijke verliezen en omdat ze nog een klein meisje te verzorgen had maakte ze dit niet af.

Ze besloot toen om het over een totaal andere boeg te gooien. ”Ik ben de weg in gegaan van meditatie en zelfonderzoek in een strenge Indiase school. Daarnaast heb ik nog veel opleidingen gedaan en nu kan ik mezelf gelukkig therapeut noemen”

Erg veel dood meegemaakt

Haar vader en haar twee kinderen raakte ze dus kwijt. Daardoor zat Patrice vaak aan de andere kant van de therapie. ”Ik heb erg veel dood meegemaakt. Maar de dood gaat niet over de overledene. De dood gaat over jezelf, over diegene die achterblijven en over de manier waarop je dat verwerkt. Sluit je je af of geef je jezelf over aan je emoties. Dat was erg lastig en ik heb daarvoor lang in therapie gezeten.”

Al deze nare ervaring van vroeg in haar jeugd tot nu hebben een grote impact gemaakt en gun je je ergste vijanden natuurlijk niet toe. Maar Patrice is op een bepaalde manier ook dankbaar dat zij door al deze doemscenario’s de persoon geworden is die ze nu is. ”Als mensen voor het eerst hier binnenlopen zit er altijd wel wat scepsis in. Ze denken vaak: er is maar één iemand die in mijn hoofd kan kijken en dat ben ik zelf.  Zij hebben daar ook gelijk in, maar ik denk wel dat ik deze mensen beter kan helpen dan anderen omdat ik meer met ze mee kan voelen. De trauma’s zijn altijd anders maar het principe van elke PTSS-patiënt is hetzelfde. Linksom of rechtsom zitten we toch allemaal hetzelfde in elkaar.”

Ondanks dat het al bijna vijftien jaar geleden is dat haar dochter Marije (23) doodging zit het nog steeds niet helemaal lekker vanbinnen bij Patrice. Sinds enkele weken is ze weer begonnen met therapie. ”Ik kreeg een hoge bloeddruk en ik dacht bij mezelf meteen: er is nog iets wat met die periode te maken heeft wat ik niet weet. Ik wilde weten wat het was dus ik ging naar de huisarts en ik ben weer in therapie gegaan. Op deze manier klus ik eigenlijk al veertig jaar aan mezelf.”